Red Thunderbird Agency
Veelzijdig communicatie bureau
Welkom
Blog
Creativiteit
Storytelling
De Dondervogel
CV
Contact
Internet I social media
December, 2011
Blog
RSS
Officiele website voor overheidsinformatie volstaat niet meer
2011/12/08 15:23:43

Door Regina van de Berg

Amerikanen bezoeken steeds meer websites van overheidsinstanties om in hun informatiebehoefte te voorzien. Maar liefst 82% van de internetgebruikers (vertegenwoordigt 61% van alle Amerikaanse volwassenen) zocht informatie op of verrichtte een transactie op een site van de overheid. Het is echter niet alleen de offici
ële website waarop vertrouwd wordt. Ongeveer 31% maakt voor het vinden van informatie ook gebruik van sociale netwerk sites, email, blogs en online video’s. De telefoon blijft het meest populaire contactmiddel. Voor het bereiken van etnische minderheden en hen stimuleren om mee te doen, liggen nog kansen. Vooral omdat hun houding anders is dan die van blanken.

Dit zijn naar mijn idee een aantal van de belangrijkste conclusies uit het ‘Government Online’onderzoek van het Pew Internet & American Life Project’s dat op 27 april 2010 is gepubliceerd. Een al wat ‘ouder’ maar zeer lezenswaardig onderzoek. Zeker voor de gedachtevorming rondom overheid en informatievoorziening een aanrader. Voor verder gebruik is vooral interessant om te kijken hoe zich dat vergelijkt met de Nederlandse situatie en of en hoe de Amerikaanse ontwikkelingen wel of niet van invloed zijn op die in Nederland. Maar over dat laatste gaat dit artikel / vertaling niet over. Ik heb hieronder de belangrijkste conclusies vertaald.

Handelingen die online worden verricht op sites van Amerikaanse overheidsdiensten:

  • 48% van de internet gebruikers zocht informatie over een bepaald type beleid of issue van de lokale, staats- of federale overheid;
  •  46% zocht op wat voor diensten de overheidsdienst bood;
  • 41% heeft formulieren gedownload;
  • 35% heeft officiële documenten of statistieken doorzocht;
  • 33% heeft online een rijbewijs vernieuwd of een auto geregistreerd;
  • 30% heeft recreatieve of toeristische informatie verkregen;
  • 25% heeft advies of informatie gekregen over een gezondheids- of veiligheidsonderwerp;
  • 23% heeft informatie gekregen of verzocht over uitkeringen;
  • 19% heeft informatie gekregen over hoe te solliciteren op een baan;
  • 15% heeft online een boete betaald, bijvoorbeeld een parkeerboete;
  • 11% heeft online een vergunning aangevraagd (jagen of vissen).

Burgers nemen om verschillende redenen contact op met de overheid. In het type handelingen is een aantal karakteristieken te onderscheiden. De volgende interacties komen het meeste voor:

Datagestuurd - De inspanningen van de overheidsdiensten om hun data te publiceren, slaan aan bij de Amerikaanse burgers. Goed 40% van de online volwassenen ging het web op om inzicht te krijgen in zaken als hoe budgetten worden besteed en welke bijdragen worden geleverd aan politieke campagnes.

Georganiseerd rondom nieuwe online platforms – Blogs, sociale netwerk sites, email, online video of sms worden populairder als middel om informatie te verkrijgen. Het accent ligt niet meer alleen op de overheidswebsite. Zo’n 31% van de online volwassenen grijpt naar andere online  platformen. Deze groep wordt ‘overheids-social media gebruikers’ genoemd.

Deelname (participatie) – Amerikanen gaan niet meer alleen online voor het inzien van data en verkrijgen van informatie, ze willen hun persoonlijke ideeën over het bedrijf of de overheid delen. Bijna een kwart (23%) van de internetgebruikers is actief in het online debat over overheidsbeleid of specifieke issues. Veel van deze discussies spelen zich af buiten de officiële overheidskanalen. Deze groep wordt aangeduid als ‘online overheidsdeelnemers’.

Het gebruik van overheidsdiensten en informatie online komt het meeste voor bij Amerikanen met hogere inkomens en opleiding.

Etnische verschillen

Er zijn ook etnische verschillen in het gebruik van de online overheidsdiensten. Blanken (25%) zijn aanzienlijk meer dan Afrikaanse Amerikanen of Latino’s (14%) bereid om mee te doen aan online debatten over issues of politiek . Ze zullen ook meer online gaan om data over bepaalde activiteiten te verzamelen. De verschillen worden echter kleiner als het gaat om het verrichten van standaard transacties en het zoeken van informatie op de websites. Etnische minderheden gebruiken ook, net als blanken tools als email, blogs, online video’s en sociale netwerk sites om informatie over hun overheid te krijgen.

Kansen

En hier liggen dank ook kansen om de online social media meer in te zetten om bepaalde groepen, zoals de etnische minderheden die nu nog niet voldoende bereikt worden, te ‘verleiden’ om mee te doen. Want, hoewel zij ook gebruik maken van social media om overheidsinformatie op te zoeken, is hun houding heel anders. Amerikaanse minderheden zijn het aanzienlijk meer dan blanken eens met de stelling dat de online mogelijkheden die de overheid aanbiedt ‘mensen helpt om beter geïnformeerd te zijn over wat de overheid doet’. Ook menen zij meer dan blanken dat de overheid en haar dienaren daardoor ‘meer toegankelijk zijn’ en vinden zij het ‘erg belangrijk’ dat de overheid informatie post op sites als Facebook en Twitter.

Online - offline

Amerikanen (44%) vertrouwen op het internet primair op zoekmachines om hen naar de gewenste bestemming te leiden, als ze overheidsinformatie zoeken. Eenmaal op zo’n site aangekomen, zijn de bezoekers over het algemeen succesvol in het opgelost krijgen van hun probleem of het vinden van de gewenste informatie. Slechts 5% kreeg niet waar het voor kwam.

Het contact met de overheid verloopt niet alleen via de website. Integendeel. Amerikanen gebruiken daarvoor een mix van online en offline kanalen, waaronder telefonisch contact, een brief of face-to-face (44%). Hoewel er bij de internetgebruiker een voorkeur is voor online contact (35%), blijft overall telefonisch contact met de ambtenaar de meest gewenste manier om een probleem op te lossen.

Informatie

De uitwerking van de verschillende hierboven genoemde onderdelen laten natuurlijk ook nuances zien die voor een intensiever gebruik van dit onderzoek ook erg interessant zijn. Het zeer lezenswaardige onderzoek is echt een bekijkje waard: http://www.pewinternet.org/Reports/2010/Government-Online/Summary-of-Findings.aspx


Sociale netwerken vergroten en verstevigen relaties
2011/12/08 15:20:23

Door Regina van de Berg

Brengen sociale netwerk sites als Facebook, LinkedIn, MySpace en Twitter mensen in een isolement of verbeteren de relaties met behulp van technologie? Het Pew Research Center Internet & American Life Project heeft dat onderzocht in het Rappoprt Social network sites and our lives en het antwoord is respectievelijk nee en ja. Wie op sociale netwerk sites zit, heeft meer vrienden in het algemeen en meer goede vrienden in het bijzonder van wie ze ook echt sociale ondersteuning krijgen. Actieve Facebook gebruikers hebben zelfs meer nauwe, sociale contacten dan niet-internet gebruikers.

Deze conclusie wordt als volgt onderbouwd: een gemiddelde Amerikaan heeft 634 banden in zijn totale netwerk. Mensen die gebruik maken van technologie om te communiceren, hebben grotere netwerken: gemiddeld 669 banden. Dat is aanzienlijk meer dan niet-technologiegebruikers, waaronder ook de mobiele telefoon valt, namelijk 506 banden. De kans dat de online sociale netwerker geïsoleerd raakt, is de helft kleiner dan bij de gemiddelde Amerikaan.

Meer internet: groter netwerk

De onderzoekers concluderen dat hoe meer iemand het internet gebruikt, hoe groter de kans is dat zijn netwerk groeit. Als je het internet meerdere keren per dag gebruikt, loopt het aantal contacten op tot 732, terwijl dat voor iemand die dat slechts een keer per dag doet, ‘slechts’ 636 zijn. Aardige conclusie is ook dat gebruikers van LinkedIn (786) en Twitter (838) over een aanzienlijk groter netwerk beschikken dan gebruikers van MySpace (694) en Facebook (684).

Internet gebruikers ontvangen ook daadwerkelijk meer steun en hulp uit hun sociale netwerk dan de gemiddelde Amerikaan, waarbij actieve Facebook gebruikers nog het beste af zijn (zie hieronder meer toelichting).

Facebook populairste netwerk

Van de onderzochte netwerksites (waar het Nederlandse Hyves natuurlijk geen rol in speelt), is Facebook veruit het meest populaire sociale netwerk. Maar liefst 92% van ‘zit op Facebook’, tegen slechts 29% op MySpace, 18% gebruikt LinkedIn en 13% zit op twitter. ‘Facebookers’ zijn ook nog eens het meest actief: 52% zit dagelijks op het platform, met 33% van de Twitter-gebruikers als goede tweede. Hekkensluiters MySpace en LinkedIn volgen met respectievelijk 7% en 6%.

Een gemiddelde dagbesteding van een gebruiker op Facebook ziet er zo uit:

  • ·       15% update hun eigen status;
  • ·       22% geeft commentaar op iemand anders zijn update;
  • ·       20% geeft commentaar op iemand anders zijn foto’s
  • ·       26% ‘liked’ de content van een andere gebruiker
  • ·       10% stuurt iemand anders een privé berichtje. 

 

De onderzoekers trekken een aantal andere conclusies over het profiel van Facebook gebruikers.

Facebook gebruikers:

  • hebben meer warme (nauwe) relaties;
  • hebben een groter vertrouwen in de medemens;
  •  krijgen meer sociale ondersteuning dan andere mensen;
  • zijn meer politiek geëngageerd dan de meeste mensen;
  • blazen slapende contacten nieuw leven in.

Toelichting:

De gemiddelde Amerikaan heeft anno 2010 iets meer dan twee vertrouwelingen (‘close ties’) waarmee hij belangrijke zaken bespreekt. Dat is een bescheiden aantal, maar groter dan het gemiddelde uit 2008: 1.93. Het aantal relaties waarmee Amerikanen nauwe banden onderhoudt in hun ‘overall network’, neemt gemiddeld met 9% toe bij mensen die dagelijks een aantal maal actief zijn op Facebook in vergelijking met andere internet gebruikers.

Facebook gebruikers krijgen volgens de scores meer ondersteuning uit hun netwerk. Het gaat over emotionele steun (advies krijgen), vriendschap (mensen hebben met wie je tijd doorbrengt) en concrete hulp (als je bijvoorbeeld ziek in bed ligt) die ontvangen wordt. Waar de gemiddelde Amerikaan 75 op 100 scoort voor totale ondersteuning, scoren internet-gebruikers over het algemeen 3 punten meer. Een actieve Facebook gebruiker scoort zelfs 5 punten meer.

Het blijkt ook dat internetgebruikers in zijn algemeenheid 2x meer dan anderen vinden dat de medemens kan worden vertrouwd. Actieve Facebook gebruikers zijn nog beter van vertrouwen dan andere internetgebruikers (43% meer) en ten opzichte van niet-internetgebruikers is dat 3x zoveel.

 

Over de politieke betrokkenheid kwam naar voren dat internetgebruikers sowieso al 2x meer dan de gemiddelde Amerikaan van plan waren om een politieke bijeenkomst te bezoeken, andermans stem te beïnvloeden of te gaan stemmen. Actieve Facebook-gebruikers deden daar nog een schepje bovenop: zij zijn nog eens 2,5 x meer dan internetgebruikers bereid om die acties uit te voeren. (Noot RvdB: Dit onderzoek is uitgevoerd ten tijde van de verkiezingen in November 2010.)

Tot slot over deze Facebook-conclusies: de vrienden van deze groep bestaan voor slechts 7% uit mensen die zij nog nooit in persoon hebben ontmoet en slechts 3% bestaat uit mensen die zij maar een keer hebben gezien. De rest gestaat uit vrienden van vrienden en min of meer ‘slapende’ sociale contacten die op enig moment echter een belangrijke bron van informatie kunnen worden.

Average-number-of-facebook-friends

 

 

Algemene conclusies over sociale netwerken en het gebruik

Gebruikers en leeftijd

 

 Het aantal gebruikers van sociale netwerk sites nagenoeg is verdubbeld sinds 2008. De deelnemers aan deze sites zijn ouder geworden. De gemiddelde leeftijd is verschoven van 33 naar 38 jaar in 2010. Meer dan de helft van alle volwassen sns-gebruikers zijn nu ouder dan 35 jaar. Ongeveer 56% van de gebruikers zijn van het vrouwelijke geslacht.

Age-distribution-of-sns-users-08-and-10

 

Wie gebruikt welk social netwerk platform?

  • Bijna 2x zoveel mannen (63%) als vrouwen (37%) gebruiken LinkedIn. Alle andere sns-platformen hebben aanzienlijk meer vrouwelijke dan mannelijke gebruikers
  • De gemiddelde volwassen MySpace gebruiker is jonger (32%), en de gemiddelde volwassen LinkedIn gebruiker ouder (40) dan de gemiddelde Facebook gebruiker (38), Twitteraars (33) en gebruikers van andere netwerk sites;
  • MySpace en Twitter gebruikers zijn etnisch gezien de meest ‘mainstream’ sociale netwerken. Echter, een groot deel van de gebruikers van ‘andere’ sociale netwerken bestaan uit etnische minderheden;
  • MySpace gebruikers lijken minder formele opleiding te hebben dan gebruikers van andere sociale netwerksites, terwijl de meeste LinkedIn gebruikers in ieder geval een universitaire graad heeft. 

Lastige verbanden

Een aantal verbanden tussen het gebruik van online sociale netwerken en bijvoorbeeld een toename in kennis over wie je buren zijn (van 40% in 2008 naar 51% in 2010) of hogere participatie in lokale activiteiten als bijvoorbeeld vrijwillgerswerk (66% in 2008 tegen 74% in 2010) kon niet direct gelegd worden. De verslechterde economische omstandigheden kan mensen meer bewust hebben gemaakt van hun directe omgeving, door om hulp te vragen of hun tijd anders in te delen.

Het lijkt er ook op dat de redenen dat mensen die in een sociaal isolement zitten, weinig steun of vertrouwen hebben of minder betrokken zijn bij hun gemeenschap gezocht moeten worden in traditionele factoren, zoals het gebrek aan een  goede opleiding.

Download het rapport Technology-and-social-network van Pew Research Center’s Internet & American Life Project.


Ineens komt een internet-scenario tot leven
2011/12/08 15:17:49

Door Regina van de Berg

 
Soms komt een ‘mogelijk’ scenario over hoe internet zich in 2025 kan ontwikkelen, zomaar tot leven en wel het Insecure Growth-scenario. Dat overkwam mij onlangs toen ik na een lange werkdag thuiskwam en een brief vond van mijn bank: ‘Uw creditcard is uit veiligheidsoverwegingen tijdelijk geblokkeerd vanwege mogelijk frauduleuze handelingen. Neemt u alstublieft contact met ons op.’

Ik schrok en belde direct de servicedesk van de bank. Misschien, zo bleek, was mijn pas het slachtoffer geworden van hacking of skimpraktijken. Om dat vast te kunnen stellen, ging de vriendelijke meneer aan de telefoon mijn betalingen van de afgelopen drie maanden langs. Canada, Amerika…yep, daar was ik geweest. Starbucks, hotel, autohuur en Uggs, klopte allemaal. Die laatste aankoop in oktober bij een kledingwinkel in mijn woonplaats, ja, ook geweest. Het voelde wel gek, zo niet wat ongemakkelijk om met een vreemde mijn privé aankopen door te nemen. Het was nodig zei hij, om een beeld te krijgen van welke transacties van mij wel of niet ‘normaal’ waren.

Of ik nu geskimt was in die kledingwinkel of dat mijn betaalkaart gehackt was tijdens een online transactie, dat kon de meneer mij niet vertellen. Feit was dat er een betaling van 63 euro en een transactie van 654 euro was gedaan in landen waar ik echt nog nooit ben geweest. Het waren overigens wle sportgerelateerde aankopen, dus ze hadden wel van mij kunnen zijn.

Twee ‘opvallende’ transacties en daarna gingen de alarmbellen rinkelen bij de bank. Meerdere pogingen werden geblokkeerd en de schade beperkt. Ik vond dat ze er behoorlijk snel achter waren gekomen. De opdracht was nu om mijn pas definitief te laten blokkeren. Ik zou papieren thuiskrijgen om afschrijving van deze bedragen te voorkomen en dat was het.

Schade

Geen materiële schade dus maar wel schade. Want hoe ik er ook over nadacht: ik kon slechts gissen naar wanneer en hoe ik slachtoffer was geworden van frauduleuze praktijken. Ik hou altijd mijn hand boven het pinapparaat, doe alleen online betalingen op mijn eigen beveiligde netwerk en ben gewoon voorzichtig. Maar niet voorzichtig genoeg schijnbaar. Wie ooit een inbraak in zijn of haar huis heeft meegemaakt, kan zich het gevoel voorstellen wat zo’n grove inbreuk op je privacy met je doet. Veiligheid en vertrouwen zijn belangrijke voorwaarden voor het gebruik van het internet als middel om aankopen te doen.

‘Insecure growth’

En zo kom ik op het 'Insecure Growth' scenario, dat verhaalt over een internet dat over 15 jaar op zijn gat is gegaan, geteisterd door een niet te stuiten hoeveelheid cyberattacks en door hackers. Met als gevolg dat er een digitale tweedeling is ontstaan tussen de mensen die zich de dure, zwaarbeveiligde toegang kunnen veroorloven en zij die zich op het weliswaar vrije, maar oh zo gevaarlijke internet begeven. Dit  scenario wordt uitgebeeld in verhaal van Ludmilla:

Ludmilla, een 23-jarige computer programmeur uit Moskou staart naar haar vingers. Het zouden criminele vingers kunnen zijn. Nadat ze cum laude was afgestudeerd aan de universiteit en prijzen had gewonnen voor haar thesis naar ‘Deflecting Service Attaks from the Asian Triad: Three Apporaches’, wilde ze niets liever dan het Russische Online Politie Korps dienen. Helaas, gedurende de training, realiseerde ze zich al snel dat de methodes van deze dienst – en de politiedienaren – bij lange niet snel en slim genoeg waren om de cybercriminelen te pakken. Deze criminelen waren rap op weg om het Internet om te toveren tot hun eigen, obscure speelterrein. En dat terwijjl zij rekeningen moet betalen en haar ouders financieel moet ondersteunen. Het zou zoveel makkelijker zijn om een van deze duizenden hacking netwerken te gaan versterken, inclusief die van de Triad. ‘Misschien zou ik het gewoon een tijdje moeten proberen’, denkt ze bij zichzelf, terwijl ze een nieuw bericht opent en typt: recruiting@triad.net.

Veiligheid en vertrouwen

'Insecure growth' is een doemscenario zou je kunnen zeggen. Ik vind het echter geen onrealistisch scenario. Veiligheid en betrouwbaarheid zijn belangrijke voorwaarden voor online aankopen. Als aan die voorwaarden niet meer wordt voldaan, stort het consumentenvertrouwen in. Een gevolg: dag online marketing. Bedrijven die hun strategie uitsluitend baseren op jubelscenario’s over de internetmogelijkheden, missen dan de boot. De winnaar is de winkeleigenaar bij wie je een product gewoon nog contant kunt afrekenen en mee naar huis kunt nemen. Of misschien is diegene die beide mogelijkheden aanbiedt de winnaar. Wie zal het zeggen?!

Onderzoek naar jongeren: meet Tjerk
2011/12/08 15:15:55

Door Regina van de Berg

Tjerk is mijn neef. Ik heb de neiging om neefje te zeggen, want hij is ‘nog maar’ 13, bijna 14 jaar maar daar doe ik hem geen recht meer mee. Hij is bijna net zo lang als ik en ik ben zelf niet bepaald van Wesley Sneijders’ lengte.

Tjerk is een doorsnee Hollandse jongen, ook qua uiterlijk een echte Kaaskop, zouden sommigen zeggen. Lang, slungelig, uitermate sportief want hij fietst (mountainbike) heel veel en zit graag en vaak met zijn vrienden langs de waterkant om de grootste vissen te vangen. Zijn vrienden zijn over het algemeen ietsje ouder dan hijzelf.

Volgens mijn zus, zijn moeder, begint hij flink te puberen. Tjerk zit in de tweede klas van het voortgezet onderwijs, is slim en werkt graag met zijn handen. Bij de meisjes valt deze blonde Adonis in wording in de smaak, hoewel zijn twee jaar jongere zusje, die vaak door hem wordt 'gepest', daar echt niets van snapt, vertrouwde ze mij onlangs toe.

Laatst hadden we een familiebarbeque. Tjerk en zijn zusje hadden pas een nieuwe Ipod. We bewonderden alle glimmende electronica. Omdat ik wel van de nieuwe snufjes ben op telefoongebied, gaat mijn ‘oude’ nog wel eens naar mijn zus. Mijn huidige Iphone 3GS gaat binnenkort ook hun kant op. Cool, zou je denken maar wat schetste mijn verbazing? ‘Ik wil een Black Berry Bold’, zei Tjerk 'met internet'. Ik keek hem verbaasd aan. Hoorde ik hem echt zeggen dat hij een Black Berry wilde, hét prototype van een telefoon voor de zakelijke wereld? Waarom zou een knul van zijn leeftijd die nou willen hebben en niet een Iphone?! ‘Al mijn vrienden hebben er een’, zei hij. ‘Je kunt er mee pingen.’

Oh. I see, dacht ik verbaasd. ‘Je moeder heeft ook een Black Berry Bold’, zei ik. Weliswaar het type 9500, maar toch. Die heeft wel een touchscreen! Als zij mijn IPhone zou krijgen, kon Tjerk die van haar weer gaan gebruiken. Maar nee, bleek al snel. Touchscreen is passé. Juist het fysieke toetsenbord, de knopjes die je in moet drukken, dat is het helemaal. Zo pingen zijn vrienden ook.


 

7 verschuivingen in de inzet van social media in interne communicatie
2011/12/08 15:12:31

Door Regina van de Berg I september 2010

Verandert social media de manier waarop mensen werken en zo ja, hoe? Vanuit deze vraag stuitte ik op het artikel van Ross Dawson, een Amerikaanse futurist en auteur van het boek Implementing Enterprise 2.0. Hij schreef de de afsluitende sectie in het onderzoek ‘De toekomst van Social Media en Interne Communicatie’ (Engels). Dawson signaleert daarin 7 verschuivingen en trekt daaruit een conclusie, die ik hieronder (vertaald uit het Engels) samenvat en voorzie van een kritische eindnoot.

Organisaties, zo zegt Dawson, bereiken hun doelen door de manier waarop het talent en de energie van de mensen positief uitwerkt. De grote toename van het aantal technologische communicatiemogelijkheden heeft om die reden de potentie om letterlijk de manier waarop bedrijven en organisaties werken, rigoreus te veranderen. Het meest bekende voorbeeld daarvan is de email die vanaf de jaren 90 zijn intrede deed.

Met de snelle opkomst en het gebruik van social media en andere, nieuwe communicatiemiddelen, zijn er volgens Ross zeven dominante factoren voor hoe de interne communicatie van organisaties zal veranderen.

 

1.     Verschil tussen hoe organisaties intern communiceren neemt toe 
Er ontstaat als het ware een tweedeling. Enerzijds heb je de organisaties die nog jarenlang de huidige manier van werken handhaven, vertrouwend op de intranet- en e-mail omgeving die we nu kennen. Anderszijds krijg je bedrijven die in een hoog tempo de vele social media mogelijkheden gaan benutten en toepassen in hun interne bedrijfsvoering. Daarmee zullen zij een wezenlijk andere manier van werken en een andere werkomgeving creëren. 

2.     
E-mail verdwijnt ten gunste van social media middelen

Bedrijven die social media het meest effectief inzetten, zullen hun emailgebruik substantieel verminderen. Projecten gaan uitgevoerd worden op en via daartoe bestemde online platformen vanwaar zogenaamde alerts worden afgegeven voor updates die je niet mag missen. Bedrijven als Google Wave en andere, ontwikkelen nieuwe formats voor interactie die het huidige emailverkeer overbodig maakt. Een belangrijke vraag in deze is of het e-mail verkeer en andere vormen van communicatie via een of meerdere interfaces plaats zal vinden.

3.     Conversatiekanalen bloeien

Een kleiner deel van het totaal aantal bedrijven zal van mening zijn dat micro-blogging en status updates effectieve manieren zijn om over bepaalde taken te communiceren, juist omdat veel van hun medewerkers al vertrouwd zijn met instrumenten als Twitter en Facebook. De toename van dit type conversatiemogelijkheden zal voornamelijk gebruikt worden door werknemers in specifieke functiegroepen in plaats van dwars door door de hele organisatie.

 

4.     Sociale zoekdata werkt waardeverhogend
De belofte van ‘social search’ zal eindelijk zijn vruchten afwerpen. De data van hoe mensen zich profileren, waar ze aan werken, wat ze zoeken en wat ze bruikbaar vinden om hun werk goed te kunnen doen, genereert relevante en specifieke, op persoonlijke voorkeuren toegespitste informatie.

 

5.     Netwerk-analyses verhogen prestaties
Voor bedrijven die al een stapje verder zijn, leveren instrumenten die de data van het online sociaal netwerken kunnen analyseren, belangrijke inzichten op. Bijvoorbeeld over welke interventies het beste de prestaties kunnen verhogen. Dit is vooral interessant als je er van uitgaat dat de communicatie tussen werknemers in toenemende mate verschuift naar digitale communicatieplatforms. De beschikbaarheid van deze data zal deze ontwikkeling veel meer dan in het verleden kunnen faciliteren. 

 

6.     Ondergedompeld worden in de wereld van virtueel vergaderen 
Met de toename van het virtueel werken, zal de vraag naar teleconferencing en virtueel vergaderen ook toenemen. Meerdere mogelijkheden doen zich voor om dat mogelijk te maken, zoals video, screen-sharing, gebarenherkenning en ‘quasi-3D’. Zo vergaderen verrijkt de mogelijkheden tot interactie. Het aantal mogelijkheden neemt toe om ‘avatar-gebaseerde werelden’ te creëren die vergaderingen faciliteert. Op die manier zijn ze als het ware niet te onderscheiden van ‘in-real-life’ vergaderingen. Echter, vooralsnog zal dit type vergaderingen slechts in een kleine minderheid van het aantal bedrijven worden toegepast.

Noot RvdB: in het Internet 2025 onderzoek wordt gesignaleerd dat het toetsenbord verdwijnt en de mogelijkheden om vele andere mogelijkheden om de computer te bedienen, maken dat meer mensen toegang krijgen tot en gebruik kunnen maken van het Internet.

 

7.     Werk vervaagt de ondernemingsgrenzen
Met het virtueler worden en het in dienst hebben van of zaken doen met werknemers en opdrachtnemers uit de hele wereld, zullen de werkprocessen zo vormgegeven worden dat iedereen goed zijn werk kan doen voor het bedrijf. Geavanceerde toegangsmogelijkheden en veiligheidsmaatregelen zullen het makkelijker maken om zakenpartners en leveranciers efficiënt deel uit te laten maken van het werkproces en de interne communicatiekanalen. 
 


Conclusie Dawson
Als een gevolg van deze trends, zoals Dawson die signaleert, zal het verschil tussen organisaties die qua tempo en aanpak van nieuwe media mogelijkheden participeren en zij die meer traditioneel blijven, ook zijn uitwerking hebben op de prestaties. Hij is van mening dat bedrijven die slim instappen in het potentieel dat social media biedt, veel sneller vooruitkomen (en dus succesvol zijn) dan zij die zich langzamer aanpassen. 


Kritische noot
Tot zover Dawson en met hem vele anderen. Of zijn stelling waar is, daar kunnen we wel over discussiëren. Oog hebben voor wat zich aan communicatiemiddelen voordoet en daar slim op inspelen, is natuurlijk altijd goed. Jezelf als organisatie verbeteren waar het gaat om interne communicatie en daarmee je prestaties verhogen, ook. Het is echter niet verstandig om je te laten leiden door hypes. Het is ook niet slim om vanuit een angst om de boot te missen, alles wat zich voordoet aan social media te omarmen. Blijf kritisch. Mensen veranderen maar langzaam.

Zelf ben ik al jarenlang actief in de overheidswereld. Ik weet uit ervaring dat de voorhoedelopers niet representatief zijn voor de hele organisatie. Om hen al die mediamogelijkheden effectief te laten gebruiken, is meer nodig dan de technologie alleen. Het moet relevant zijn voor de werknemers. Uitvinden wat die relevantie is en daar (gefaseerd) op inspelen, is een goede start. Aandacht voor de organisatiekant van de inzet van nieuwe media is, zowel voor de start als tijdens het gebruik, een van de sleutels tot succes.

Voor andere kritische drijfveren voor verandering, verwijs ik je graag naar het recentelijk gepubliceerde wetenschappelijk onderzoek dat vier toekomstscenario’s schetst voor de ontwikkeling van het internet in 2025. Ik heb het samengevat vertaald in het artikel Dag Toetsenbord, Welkom Wereld.

Dag toetsenbord, welkom (rest van de) wereld
2011/12/08 15:09:58

Onderstaand artikel is een vertaalde samenvatting van het onderzoek ‘The Evolving Internet’ dat CISCO en GBN publiceerde in augustus 2010 en dat vier mogelijke scenario’s schetst voor de toekomst van het Internet. Het volledige rapport kun je hier downloaden.

Het is 2025. Stel je eens voor dat het internet de fundamenten heeft gelegd voor een nieuwe golf van welvaart in onze wereld. Toegang tot en gebruik van het Internet is voor mensen in achtergelegen gebieden in Sri Lanka en in de buitenwijken van Mexico Stad net zo vanzelfsprekend als voor mensen in Tokyo, New York en Londen. Ontelbaar veel nieuwe applicaties bedienen het merendeel van de wereldbevolking en van bedrijven in alle vormen en maten.

Of misschien toch niet?

Misschien is het internet in 2025 wel aan zijn eigen success ten onder gegaan. Waarom? Omdat de explosie van de producten en diensten  een bron van frustratie bleken te zijn: netwerken raakten overbelast en werden in veel delen van de wereld onbetrouwbaar. 

Het kan ook zijn dat het Internet over 15 jaar van nu op zijn gat is gegaan, geteisterd door een niet te stuiten hoeveelheid cyberattacks en door hackers. Met als gevolg dat er een digitale tweedeling is ontstaan tussen de mensen die zich de dure, zwaarbeveiligde toegang kunnen veroorloven en zij die zich op het weliswaar vrije, maar oh zo gevaarlijke internet begeven.

Of, om een laatste scenario te schetsen: misschien hebben toenemende economische stagnatie en beschermingsmaatregelen geleid tot een drastische vermindering van de vraag naar nieuwe toestellen en de bereidheid van mensen om te betalen voor applicaties fors uitgehold.

Vier scenario’s
Al deze  vier scenario’s die de toekomst van het Internet in 2025 in beeld brengen, kunnen werkelijkheid worden, zegt CISCO, het bedrijf dat samen met GBN (Global Business Network) het rapport ‘The Evolving Internet’ publiceerde in augustus 2010. De research nam ruim een jaar in beslag en leidt tot mogelijke richtingen waarin het Internet zich tot 2025 kan bewegen. 

De scenario’s zijn geenszins voorspellingen, maar bieden handvatten om alternatieven te onderzoeken, je eigen bedrijfsstrategie te toetsen en mogelijk bij te stellen, of dat nu gaat om een businessmodel of om belangrijke beleidsvraagstukken. De scenario’s, menen de onderzoekers, kunnen helpen om specifiek bovendrijvende patronen vanuit een andere invalshoek te bekijken. Daarmee kun je belangrijke risico’s tackelen of kansen pro-actief benutten. Het geeft leiders van ondernemingen en beleidsmakers ook de kans om zich te beraden op de vraag hoe het potentieel van internet en breedband ingezet kan worden ten gunste van grotere economische en sociale doelstellingen. En dat zal nog niet gemakkelijk zijn.

Onzekerheid
Als je naar de feiten kijkt, constateert CISCO dat het Internet nog in de kinderschoenen staat. Slechts een derde van de wereldbevolking heeft ooit op het internet ‘gesurft’  ( bijna 5 biljoen mensen) en minder dan een vijfde van degenen die wel online surfen, doet dat regelmatig. Het lijkt daarom aannemelijk om te veronderstellen dat biljoenen mensen uit vooral de opkomende landen online zullen gaan in de voor ons liggende jaren. Wat we nog niet zeker weten, is wie toegang heeft, hoe dat plaatsvindt en, wanneer en tegen welke prijs de rol van het Internet als een motor voor innovatie en creator van commerciële, sociale en menselijke waarden kan fungeren.

Vijf vooronderstellingen
CISCO heeft uit het onderzoek vijf vooronderstellingen gedestilleerd over hoe het Internet zich zal kunnen ontwikkelen. Deze thema’s komen terug in elk van de geschetste scenario’s. Ze leiden echter tot verschillende uitkomsten als ze gecombineerd worden met mogelijke ontwikkelingen die meer speculatief van karakter zijn. De vooronderstellingen over waar het Internet zich in 2025 bevindt, zijn:

1.     De grootste groei in de internet-gerelateerde markt vindt plaats buiten de ‘ontwikkelde’ economieen (‘hoge inkomens’), ofwel komt uit wat we nu als ‘opkomende’ landen bestempelen
CISCO geeft aan dat het aandeel van de ontwikkelde landen in de Internet Economie in 2005 85% bedroeg en in 2010 70% bedraagt. Het aandeel echter van de opkomende landen in de Internet Economie zal in 2025 voor meer dan de helft bestaan uit die van de opkomende landen, uitgaande van de extreme snelle economische groei en de behoefte om snel ‘bij te zijn’ waar het gaat om internet gebruik. Het gaat in dit geval niet slechts om landen als China en Brazilië maar om een breed spectrum van grote en kleine landen. 

2.     Overheidsbemoeienis (‘governance’) op het internet blijft substantieel onveranderd
De openheid die het internet kenmerkt blijft, ondanks de toenemende roep om meer controle als gevolg van (kwaadaardige) verstoringen die zich af en toe voordoen zoals electronische fraude en diefstal. De evolutie van het internet heeft in de afgelopen 40 jaar laten zien dat het eigen is aan het netwerk om op zich op een organische en open manier te ontwikkelen en niet door van bovenaf opgelegde regels. 

3.     Voorhoedelopers (‘digital natives’) zullen zich op een uitgesproken andere manier verhouden tot het Internet dan eerdere generaties
Leden van deze web-savvy ‘Net-Generaties’ hebben de neiging het internet te zien als een verlengstuk van hun belevingswereld en als een portal voor virtuele ervaringen. Het Internet is een dusdanig integraal onderdeel van hun leven, dat zij er zich nog nauwelijks bewust van zijn ‘in verbinding’ te zijn met het Internet. Dit gaat zelfs zo ver dat er het niet uitmaakt of adviezen via face-to-face of virtueel contact komt. Het verstrekken van persoonlijke informatie zal ook niet als inbreuk op de privacy worden ervaren. Het Internet wordt gezien als een service platform dat net zo gewoon is als praten of denken en daarmee bijdraagt aan wie we zijn en wat we doen.  Deze kijk op het Internet en integratie ervan in ons leven, werkt door in de manier waarop er wordt gewerkt. 

4.     Het toetsenbord zal niet meer de dominante interface zijn waarmee we op internet gaan
In de toekomst is het toetsenbord van nu een relikwie uit lang vervlogen tijden. Er zullen veel andere technologische mogelijkheden zijn om data in te voeren en commando’s te geven, zoals spraakherkenning, gebaren, veelzijdige touch screens etc. Een gevolg van deze ontwikkeling is een toename van het aantal mensen dat het Internet opgaat en hun mogelijkheden om het te gebruiken. Taalbarrières zullen verdwijnen.

5.     Consumenten zullen op meer verschillende manier voor verbinding met het internet betalen
Omdat er een toename is van het aantal applicaties dat veel bandbreedte vereist, zal de behoefte aan netwerkcapaciteit toenemen. Om dit zo efficiënt mogelijk te kunnen doen en rekening houdend met verschillende behoeften, opent dit de deuren naar nieuwe prijsmodellen voor Internettoegang. In dit geval van one-size-fits-all naar variabele pakketten waarbij de consument betaalt voor bundels, a la carte, voor bereikbaarheid, voor kwaliteit, voorwaarden etc.

Assen van onzekerheden

Op basis van deze vooronderstellingen, kun je nog geen scenario’s maken, omdat er nog teveel onzekerheden zijn. Onzekerheden bijvoorbeeld op het gebied van ecomische, politieke, sociale en technologische ontwikkelingen. Deze kunnen verschillende gevolgen hebben voor de manier waarop de scenario’s uitpakken. CISCO identificeerde 14 cruciale aanjagers voor verandering, vatte deze samen in een zogenaamde steiger-constructie en kwam tot 3 assen van onzekerheden:

 

Axes-of-uncertainty

 

 

Netwerk: beperkt of uitgebreid?
De eerste as stelt de vraag hoe het breedband netwerk eruit ziet in 2025. Beperkt of uitgebreid waar het gaat om capaciteit, snelheid en andere factoren die kwalitatief belangrijk zijn? De manier waarop deze karakteristieken (verschillend) uitpakken, is van invloed op de vraag in hoeverre de belofte van productiviteit, economische groei, sociale toegang en plezier waargemaakt kan worden. Onzekere aspecten die hier vooral aan de orde zijn, gaan over beslissingen die overheden nemen over hun investeringen in netwerken en de manier waarop de markt daarop reageert.

Vooruitgang: geleidelijk of doorbraken?
De tweede as gaat in op de vraag of er wijdverspreide technologische doorbraken te verwachten zijn of dat de vooruitgang meer bescheiden, geleidelijk aan verloopt. Hier gaat het bijvoorbeeld om de vraag hoe hoog de adoptiegraad is van nieuwe technologische ontwikkelingen. Dat is nog niet zo makkelijk voorspelbaar. Ook kostenaspecten zitten hierin verweven. Leidt meer technologie tot lagere kosten voor Internet-gerelateerde hardware, inclusief smart phones en dergelijke? Welke invloed hebben cyberattacks en hoe ontwikkelt het draadloos verbonden zich?

Gedrag: geremd of ongebreideld?
De derde as tenslotte, vat de onzekerheden samen in de vraag hoe ondernemingen en individueen zich verhouden tot het internet en hoe hun voorkeuren zich ontwikkelen. In dit speelveld is gekeken naar gevoeligheden rond prijs elasticiteit, gebruikersvriendelijkheid en zorgen over internetveiligheid. Economische ontwikkelingen (teruggang) beinvloeden de behoefte en voorkeur van mensen aan nieuwe technologie (in negatieve zin). In dit kader is het nog de vraag hoe de nieuwe groep internetgebruikers uit de opkomende landen zich gaan gedragen. Veel hangt samen met hoe opinieleiders zich uitlaten over de veiligheid van het internet als een manier om zaken te doen, waarde te creëren en informatie uit te wisselen. Niet onbelangrijk: hoeveel anders zullen de conclusies zijn waar het gaat om landen als Mexico, Rusland, Turkijke, Indonesie of India?!

De vier scenario’s
CISCO heeft op basis van de assen van onzekerheden een kubus gebouwd dat visueel maakt hoeveel verschillende combinaties er zouden kunnen ontstaan. Uiteindelijk zijn er vier scenario’s ontwikkeld die volgens de onderzoekers het meest plausibel zijn en waarin alle drie de assen een rol spelen. De mate waarin zo’n as een rol speelt, bepaalt de uitkomst van een scenario.

 

Kubus

 

 

Storytelling
De vier scenario’s hebben de titels Fluid Frontiers, Insecure growth, Short of the promise en Bursting at the seams gekregen. In de inleiding van dit artikel heb ik al beschreven hoe deze er globaal uitzien. Aardig is dat in het rapport storytelling wordt gebruikt om uit te beelden hoe het leven er in 2025 uitziet als een van de scenario’s werkelijkheid wordt. Hieronder per scenario een van de voorbeelden:

Fluid Frontiers: Ontmoet Mieko
Mieko, een 39-jarige professor aan de Universiteit van Tulane in New Orleans, staat voor de 3D scanner van haar computer. Ze drukt op de opname knop en draait langzaam een rondje. Ze beweegt met haar handen over haar toetsenbord en drukt op ‘zend’. Nagenoeg direct vult een stem met Thais accent haar woonkamer, het is de stem van een beroemde Thaise ontwerper. De stem vertelt haar dat hij er klaar voor is om haar op een driedimensionale manier te kleden. Binnen enkele seconden staat ze in een virtuele kleedkamer voor een spiegel. ‘Ga op de groene stip op de vloer staan,  hier is je eerste outfit, de cocktailjurk die je zo mooi vindt’, zegt de stem. Plotseling ‘draagt’ Mieko een oogverblindende rode jurk, op maat gemaakt, speciaal voor haar. De diepe V-halslijn flatteert haar precies zoals ze al hoopte en zou perfect zijn voor het diner waar ze voor is uitgenodigd. ‘Mieko”, zegt de Thaise ontwerper ‘je ziet er geweldig uit. Maar laten we die jurk eens in blauw proberen, kijken hoe die kleur je staat’. In een mum van tijd verkleurt haar jurk van rood naar een diepe kobaltblauw. ‘Wow!’, fluistert Mieko. ‘Gaston zal zijn ogen niet van mij af kunnen houden!’.

Insecure Growth: Ontmoet Ludmilla
Ludmilla, een 23-jarige computer programmeur uit Moskou staart naar haar vingers. Het zouden criminele vingers kunnen zijn. Nadat ze cum laude was afgestudeerd aan de universiteit en prijzen had gewonnen voor haar thesis naar ‘Deflecting Service Attaks from the Asian Triad: Three Apporaches’, wilde ze niets liever dan het Russische Online Politie Korps dienen. Helaas, gedurende de training, realiseerde ze zich al snel dat de methodes van deze dienst – en de politiedienaren – bij lange niet snel en slim genoeg waren om de cybercriminelen te pakken. Deze criminelen waren rap op weg om het Internet om te toveren tot hun eigen, obscure speelterrein. En dat terwijjl zij rekeningen moet betalen en haar ouders financieel moet ondersteunen. Het zou zoveel makkelijker zijn om een van deze duizenden hacking netwerken te gaan versterken, inclusief die van de Triad. ‘Misschien zou ik het gewoon een tijdje moeten proberen’, denkt ze bij zichzelf, terwijl ze een nieuw bericht opent en typt: 
recruiting@triad.net.

Short of Promise: Ontmoet Anjali
Anjali, een 42-jarige winkel eigenaar uit Bangladesh scheurt de grote doos open die ze zojuist heeft ontvangen en fluit bewonderend tussen haar tanden. Ze kijkt naar de tientallen oude smartphones, afkomstig uit het Westen en uit Japan die een opknapbeurt hebben gekregen en gereset zijn met basis software en interfaces van ReeFur, een top-Indiaas technologisch recycling bedrijf. Ze pakt een voormalige IPhone – het Apple logo is nu verdwenen onder het logo van ReeFur – en start het mobieltje op. 

Wat eerst een app-gevuld scherm was, is nu een toonbeeld van eenvoud: een klein vierkant icoontje dat toegang tot het Internet verleent, een ander icoontje voor het bellen. Niks uitbundigs. Slechts het meest noodzakelijke en een paar extraatjes, dat is alles waar haar klanten voor willen betalen. ‘Deze telefoontjes zullen als warme broodjes over de toonbank gaan’, zegt Anjali, terwijl ze de baten van haar volgende order uitrekent.

Bursting at the Seams: Ontmoet Anna
‘Ik heb er een!’, schreeuwt Anna, een 22-jarige stagière bij Verbindungen, een vrijwillgersorganisatie uit Munchen die het internet scant op zoek naar ‘discriminatie’ door service providers. Anna’s treffer is een perfect voorbeeld van een bedrijf dat tweedeling veroorzaakt: deze Internet Service Provider uit Oost-Duitsland heeft als het ware een apart segment gecreëerd waarop alleen laag internetverkeer tegen lagere kosten mogelijk is. Anna’s collega’s zijn blij en zij gloeit van trots. Ze kan niet wachten om haar vader – een van de grootste supporters die zij kent van de ‘Internet voor Iedereen’ beweging – te vertellen dat ze zojuist een vondst heeft gedaan waarmee ze een goeie bijdrage kan leveren aan de campagne. Nu het Internet dé manier is om gezondheidszorg en onderwijs te leveren in de wereld, is high-speed internet van het grootste zo niet van crucial belang. Iedereen heeft daar recht op en moet er toegang toe krijgen! ‘Terug aan het werk’, denkt Anna bij zichzelf. ‘We moeten nog meer onderzoek doen om activisten in andere landen te laten zien waar ze op moeten letten.’

Conclusie
De conclusie van de onderzoekers is dat de toekomst van het Internet nog groter zal zijn en nog meer gevolgen heeft voor onze wereld dan vandaag de dag. De ontwikkeling van het Internet was al ‘adembenemend’, maar zal in de komende vijftien jaar verder groeien op een manier waarvan we ons nu nog maar slechts een beperkte voorstelling van kunnen maken, denken zij. De weg daarnaar toe echter, 15 jaar van nu, is onzeker en onvoorspelbaar. De grote verscheidenheid in de uitkomsten door de scenario’s heen laat zien hoe verschillende combinaties van aanjagers van verandering de toekomst anders kunnen vormgeven. Die verschillen kunnen anders zijn dan de veronderstellingen die vandaag de dag voor waarheid worden aangenomen. En, ze hebben belangrijke gevolgen voor hoe de markt eruit komt te zien en welke winnaars en verliezers we mogen gaan verwelkomen.

Niettemin, is de conclusie, het Internet wordt waarlijk ‘global’, zal meer wortels krijgen buiten de grote steden en in de opkomende landen, in dorpen en in achtergebleven gebieden en de zogenaamde Net Generatie zal steeds meer het podium pakken. Het Internet is niet langer een op zichzelf staande wereld. In toenemende mate zal het onderdeel uitmaken van onze fysieke, sociale, commerciële en zelfs psychologische wereld. Met de opkomst van flexibele interfaces verdwijnen taalbarrières, het Internet wordt aangenaam meertalig. Culturele afkomst vormt geen belemmering meer voor verspreiding. Het aanbod aan keuzes én uitdagingen blijft zich uitbreiden en ontwikkelen en dat geldt ook voor de menselijke en sociale waarden die dit, zoals de onderzoekers het noemen ‘waarlijk global Internet’ creëert.

---------

Het volledige rapport (Engels) vind je hier:http://newsroom.cisco.com/dlls/2010/prod_082510b.html

Gerelateerde artikelen: De Mediagebruiker 2015, 3 scenario's

6 Totaal items
Welkom
Blog
Creativiteit
Storytelling
De Dondervogel
CV
Contact